SALSA
 
 
Er bestaan vele verhalen over salsa, het ontstaan, de invloeden van de verschillende culturen,bandleiders en muziekstijlen die de evolutie van deze prachtige muziek mee bepaald hebben.
Met deze beknopte samenvatting doen we waarschijnlijk velen tekort maar krijgt U toch een idee hoe een muziekgenre ontstaat en stilaan wereldwijd verspreid geraakt.
Eigenlijk bestaat salsa niet, salsa (het Spaanse woord voor saus) is een verzamelnaam van een pot vol muziekstijlen die uiteindelijk komen uit een zelfde basisritme. Een zaadje dat een boom wordt met vele vertakkingen.
 
De roots van de salsa ligt in de Cubaanse Son, een muziekstijl die zijn oorsprong vindt in het Oosten van Cuba rond de jaren twintig van vorige eeuw. Son, dat een mengeling was van de Spaanse troubadour (sonero) met de Afrikaanse percussie en ziel.
Eigenlijk ligt de verste roots nog veel vroeger in het verre Afrika vanwaar de negerslaven de clave (de sleutel, het basisritme van de hedendaagse salsa) meebrachten. Dit dan vermengd met de Danzón, ontstaan uit de
Engels/Franse contradans (contradanza) meegebracht door Franse kolonisators die de bloederige conflicten op het buureiland Hispanolia (het huidige Haïti en Dominicaanse republiek) ontvluchtten. De Cubaanse identiteit is gekenmerkt door invloeden vanuit zijn gehele bevolking, blank, zwart, mulat.
Muziek speelde een grote rol in de vorming van die identiteit. Door het samenbrengen van die Afro-Cubaanse en Spaanse invloeden ontstond zo de Son, die vanaf het begin niet alleen de cultuur in Cuba, maar ook die van de meeste Spaans sprekende gedeelten van het Caribische gebied ging beïnvloeden.
De basismaten van de son zijn tot heden ten dage dezelfde gebleven en de moderne salsanummers (Cubanen noemen dit son of guaracha) van nu volgen nog steeds die maat.
 
Het woord salsa is men uiteindelijk gaan gebruiken in de 60er jaren in New York waar toeschouwers de dansers aanmoedigden met “ponle salsa” (voeg er wat saus bij) om wat meer vuur in hun dans te leggen. Dit lijkt een aannemelijke versie maar de waarheid is dat meerderen die eer voor zich opeisen en dat hiermee het aantal versies stijgt. Zo was er in 1933 reeds een nummer geschreven door de Cubaan Ignacio Pineiro met de naam “Echale salsita” wat ook een aanzet tot het gebruiken van het woord salsa kon zijn. Of de versie van een Venezolaanse radioreporter die bij het aankondigen van een zanger de titel niet goed had verstaan en enkel wist dat het woord salsa er in voorkwam en zo de ether inging met “Ricardo Ray y su Salsa…?)
Feit is dat salsa zijn echte start en een meer wereldwijde uitstraling krijgt door inbreng van vooral Puertoricanen die woonachtig in “el barrio” (een latino wijk in het New Yorkse Harlem) salsa verder verheffen tot een hoger niveau. Salsa als dans is het integreren van verschillende stijlen zoals mambo, rumba, jazz, bomba, draaifiguren van de hustle, lindyhop uit het Harlem
van de jaren 20.
Mede door de revolutie van Fidel Castro in 1959 waardoor vele Cubanen zich gingen vestigen in Miami en het begin van het embargo tegen Cuba in 1963 werd de Cubaanse muziek wat afgesloten van de rest van de wereld.
Op die manier begonnen in verschillende steden zich dansstijlen te ontwikkelen begonnen te vormen maar uiteindelijk toch op dezelfde basismaat en muziek gedanst worden. Miamistijl, New York stijl, LA stijl, Cubaanse stijl (in Cuba Casino genoemd) enz.
In New York wordt de opkomst van salsa verder versterkt door Johnny Pacheco, een bandleider met Dominicaanse ouders en een Cubaanse muzikale smaak.
Deze richtte in 1964 Fania Records op dat in enkele jaren tijd mede door een succesvol programma van produceren en promotie voeren de markt en stijl in New York ging beheersen.
Salsa als verzamelnaam was commercieel ook beter verkoopbaar en begon zo een steile opgang.
Zo kwam er in de jaren ‘80 ook een stijl “Salsa romantica” waar men ballades en covers van commerciële nummers ging omzetten in salsa.
Tot en met nummers van de Beatles werden zo in een salsakleedje gegoten.
 
Cuba was steeds een voorloper geweest in het creëren van nieuwe ritmes maar door het embargo werd een groot deel van het contact met de rest van de wereld verloren. Muziekstijlen die later ontwikkeld werden in Cuba zoals de snelle mozambique en songo hadden aanvankelijk minder invloed op de muziek buiten het eiland. De dans op zich wordt in Cuba eigenlijk casino genoemd, naar het gelijknamige Casino Deportivo in Havana.
Deze en meerdere casino’s werden na de revolutie een verzamelplaats van mensen die kwamen dansen en “vamos a bailar casino” werd uiteindelijk de naam van de dans.
In Cuba wordt de naam salsa verbonden met de muziek, casino met de dans.
 
Zo ontstond in Cuba tijdens de jaren 60 ook de samendans Rueda de Casino, een dans met twee of meerdere paren waarin de dansers onderling van partner wisselen op een moment dat een van de dansers de naam van een van de dansfiguren roept. Hierin bestaan er enkele basisfiguren al kunnen andere figuren wel eens verschillen van stad tot stad, zelfs van wijk tot wijk.
Ook de Cubanen in Miami dansen Rueda de Casino hebben zo hun eigen inbreng in de Rueda.
Rueda is het spaanse woord voor wiel.
De basisfiguren in de Rueda zijn wel dezelfde gebleven.
De figuren, met uiteraard Spaanse benamingen, zoals setenta, enchufe of enchufla, dame una , dile que no , la rosa of flor, adios a la hermana, adios al la prima, sombrero zie je zowel in Cuba, Miami of Europa dansen en roepen.
Al krijgt men wel door de wereldwijde verspreiding een grote hoeveelheid figuren die soms verwijzen naar situaties in een land.
In Miami is er bijv. een basispas “Coca Cola” die men in Cuba niet danst of zeker niet uitgevonden heeft.
Rueda is een sociaal gebeuren, die in Cuba en daarbuiten vooral geld als een bron van plezier op samenkomsten van vrienden of bijv. wijkfeesten.
Het is niet de bedoeling van een competitie te houden al heb je in Cuba wel de term “el que pierde sale”. Hier roept de leider, dit is diegene die de bevelen roept, figuren om fouten uit te lokken. Het paar dat in de fout gaat moet zo de kring verlaten.
 
Geraakte de Cubaanse muziek en muzikanten wat in de vergeethoek in de decennia na de revolutie, met het opheffen van het IJzeren Gordijn begon samen met de ontwikkeling van het toerisme in Cuba het tij wat te keren.
Oude en meestal vergeten soneros werden mede dankzij het “Buena Vista Social Club” project onder leiding van de Amerikaan Ry Cooder terug bekend en volop geëxporteerd vanuit Cuba.
Ondertussen was in Cuba een andere muzikale evolutie ontstaan, Timba.
In het begin van de jaren ’90 ontwikkelde zich een nieuwe stijl die men Timba zou noemen en zo de Cubaanse jeugd verovert.
Timba is Cubaanse “salsa” vermengd met funk en rap, met provocerende en soms gedurfde kritische teksten. José Luis (El Tosco) Cortés met zijn NG La Banda wordt aanzien als de uitvinder van deze nieuwe stijl.
Ook Juan Formell, bandleider van Los Van Van en Chucho Valdes van Irakere waren mee de pioniers van de nieuwe stijl.
Hij was dan ook de drijfveer om de term Timba te gebruiken voor de nieuwe muziekstijl.
Een beschrijving van Timba, complex en opzichtig, verfijnd en vulgair tegelijkertijd.
Het is een stijl die aanzet tot dansen, zweten en trillen (tembleque) Je kan er Casino (salsa), Rueda de Casino en zoals de Cubaanse jeugd steeds meer doet “despelote”, op dansen.
Dit is los van mekaar dansen en je lichaam in alle kronkels bewegen en laten meevoeren door de muziek.
Al blijft de traditionele muziek in Cuba nog altijd aanslaan, afleidend aan het succes van bijv. de te vroeg overleden Polo Montañez die met zijn son guajira “Un monton de estrellas” ondertussen zowat heel de wereld veroverde.